Amundi ETF – Kapitaalstromen van UCITS-ETF’s – Volgens het rapport van Amundi overtreft de netto-instroom die van het eerste kwartaal en stijgt deze met 80% ten opzichte van 2025. In deze periode zijn vooral de verschuiving naar Amerikaanse aandelen en het herstel van de obligatiemarkt na de uitverkoop in maart opvallend.
Klik hier om u in te schrijven voor onze gratis nieuwsbrie
Artikel opgesteld door de redactie van ETFWorld.nl
Analyse van de ETF-marktstromen – Gegevens per 30 juni 2026
Wouter van Dorp Hoofd ETF, Index & Smart Beta Sales Nederland
De kapitaalstromen naar Europese ETF’s zijn in het tweede kwartaal van 2026 versneld. De markt voor in Europa gevestigde UCITS-ETF’s trok 113,6 miljard euro aan nieuwe netto-instroom (NNA) aan, volgens het laatste maandelijkse rapport over kapitaalstromen van Amundi, dat begin juli 2026 werd gepubliceerd met gegevens die tot eind juni waren bijgewerkt. Dit cijfer overtreft de 105,8 miljard van het eerste kwartaal, wat neerkomt op een stijging van ongeveer 7%, en betekent een toename van 80% ten opzichte van dezelfde periode in 2025. De instroom werd aangedreven door de kapitaalstromen naar Amerikaanse aandelen-ETF’s en door het herstel van de obligatiemarkt, na de correctie in maart als gevolg van de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran.
Netto-instroom in UCITS-ETF’s: de cijfers van het tweede kwartaal van 2026
Het tweede kwartaal sluit af met een netto-instroom van 113,6 miljard euro, een stijging ten opzichte van de 105,8 miljard van het eerste kwartaal. De jaar-op-jaarvergelijking is nog opvallender: ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025 bedraagt de door Amundi aangegeven stijging 80%.
De maandelijkse stijging zette zich gedurende het hele kwartaal door:
april: 36,2 miljard euro;
mei: 36,9 miljard euro;
juni: 40,5 miljard euro.
Juni was daarmee de sterkste maand van de periode. Het opvallendste kenmerk van het kwartaal was de rotatie binnen de activaklassen. Bij aandelen stegen de instroomcijfers naar Amerikaanse strategieën tot 26 miljard euro, tegenover 8,2 miljard in het eerste kwartaal. Bij obligaties verschoof de voorkeur naar staatsobligaties en, in toenemende mate, naar investment-grade-obligaties.
De maandcijfers van juni bevestigen deze trends, met 12,4 miljard euro aan instroom in Amerikaanse aandelen en 2,4 miljard in investment-grade-obligaties.
Marktcontext: van de uitverkoop in maart naar het herstel
Het achtergrondbeeld helpt bij het interpreteren van de instroomcijfers. Eind februari 2026 lanceerden de Verenigde Staten en Israël aanvallen op Iran, waarmee een conflict begon dat de markten in maart trof. De spanningen dreven de olieprijs boven de 100 dollar per vat en hadden gevolgen voor het scheepvaartverkeer in de Straat van Hormuz, wat leidde tot een toename van de volatiliteit bij aandelen en obligaties. Een gedeeltelijk staakt-het-vuren, bereikt op 7-8 april, verminderde de druk op de markten.
Vanaf april werd het herstel aangedreven door de betere prestaties van de Amerikaanse aandelenmarkt, met name van de large caps, en door solide bedrijfsresultaten. Volgens marktgegevens steeg de S&P 500-index in het tweede kwartaal met ongeveer 15%, het beste kwartaal sinds 2020, ondersteund door de rally van halfgeleideraandelen en het thema van infrastructuur voor kunstmatige intelligentie. Voor dezelfde periode schatten analisten de winstgroei van de S&P 500 op meer dan 20% op jaarbasis.
Amerikaanse aandelen-ETF’s koplopers bij de instroom van het kwartaal
Aandelen waren goed voor bijna driekwart van de totale instroom van het kwartaal, met 83,9 miljard euro. Dit cijfer ligt in lijn met het eerste kwartaal en is aanzienlijk hoger dan de 45,1 miljard van het tweede kwartaal van 2025.
Geografisch gezien kwam de grootste instroom opnieuw van de ‘all-country world’-strategieën, met ongeveer 34,3 miljard euro, gevolgd door Amerikaanse aandelen. ETF’s op opkomende markten bleven instroom genereren, maar in een langzamer tempo, terwijl Europese aandelen netto-uitstroom lieten zien. Dit is een ommekeer ten opzichte van de 21,2 miljard aan instroom in het eerste kwartaal, toen Europa de belangrijkste bestemming van de kapitaalstromen was.
Op de opkomende markten hebben beleggers een selectievere aanpak gehanteerd, waarbij de instroom werd verdeeld over brede, landspecifieke en sectorale beleggingen.
Sectoren en thema’s: technologie en halfgeleiders
Op sectoraal niveau was er in het kwartaal een verschuiving naar informatietechnologie, met 5,5 miljard euro, en naar de industriële sector, met 2,7 miljard. De vraag was zwakker voor defensieve sectoren zoals nutsbedrijven en de gezondheidszorg. Onder de thematische strategieën haalden ETF’s die verband houden met kunstmatige intelligentie, zoals halfgeleiders, 2,7 miljard euro binnen.
De maandelijkse instroomcijfers van juni volgden dezelfde trend als die van het kwartaal. Amerikaanse strategieën waren koploper met een instroom van 12,4 miljard euro, terwijl er uitstroom plaatsvond uit Europese aandelen. Informatietechnologie was de sector met de grootste instroom van de maand, met 1,7 miljard, terwijl halfgeleiders 1,1 miljard opbrengsten genereerden.
Obligatie-ETF’s: staatsobligaties en investment-grade-obligaties
De obligatiemarkt kende een solide kwartaal, met een instroom die steeg tot circa 29,5 miljard euro, tegenover 19,5 miljard in het eerste kwartaal en 18,3 miljard in het tweede kwartaal van 2025. Het herstel werd ondersteund door opportunistische aankopen na de correctie in maart, met name in staatsobligaties, die 11,5 miljard euro aan instroom genereerden.
De instroom in investment-grade-obligaties was bijna vier keer zo groot als in het eerste kwartaal: 6,9 miljard euro tegenover 1,8 miljard. Amundi brengt dit in verband met een voorkeur voor carry-opbrengsten met een relatief beperkt risico.
Wat de looptijden betreft, verschilden de keuzes per geografisch gebied:
Europese staatsobligaties: focus op ‘all-maturity’-posities, dat wil zeggen over alle looptijden, met 3,2 miljard euro. De ultrakorte looptijd verloor terrein en kende in het kwartaal een uitstroom, na in het eerste kwartaal nog 935 miljoen te hebben aangetrokken.
Amerikaanse staatsobligaties: voorkeur voor de ultrakorte duration, met 1,9 miljard euro, in een markt die terughoudend is ten aanzien van het beleid van de Federal Reserve en de Amerikaanse inflatie.
Ook in juni was het beeld consistent. Bij Europese staatsobligaties overheerste de ‘all-maturity’-positie, met 656 miljoen euro, tegenover uitstroom van 321 miljoen euro uit de ultrakorte looptijd. Een vergelijkbare dynamiek was te zien bij Europese bedrijfsobligaties, met 1,5 miljard euro in de ‘all-maturity’-positie en uitstroom uit de ultrakorte looptijd. Bij Amerikaanse staatsobligaties lag de focus op de ultrakorte looptijd, met 632 miljoen, terwijl bij Amerikaanse bedrijfsobligaties de voorkeur uitging naar korte en ultrakorte looptijden, met instroom van respectievelijk 380 en 315 miljoen euro.
ESG-ETF’s op weg naar een recordhalfjaar
Het ESG-segment noteerde een recordinstroom in de eerste helft van 2026. Zowel in het eerste als in het tweede kwartaal bedroeg de netto-instroom in ESG-fondsen meer dan 21 miljard euro, wat neerkomt op een totaal van bijna 43 miljard in het eerste halfjaar. Amundi meldt een stijging van meer dan het drievoudige ten opzichte van het eerste halfjaar van 2025.
In het tweede kwartaal van 2026 was aandelenkapitaal goed voor tweederde van de instroom in ESG-fondsen, terwijl obligaties het resterende deel voor hun rekening namen.
Conclusies
Het tweede kwartaal van 2026 bevestigt het herstel van de Europese UCITS-ETF-markt na de vertraging in maart. De instroom groeit ten opzichte van het vorige kwartaal en op jaarbasis, met een duidelijke verschuiving naar Amerikaanse aandelen en technologiegerelateerde sectoren. Bij de obligaties overheersen staatsobligaties en investment-grade-obligaties, met verschillende keuzes wat betreft de looptijd tussen Europa en de Verenigde Staten. Het ESG-segment handhaaft een hoog instroomtempo.
De gegevens weerspiegelen de marktomstandigheden per 30 juni 2026. De ontwikkeling van de kapitaalstromen in de komende maanden zal afhangen van het macro-economische klimaat, de beslissingen van de centrale banken en het verloop van het conflict in het Midden-Oosten, waarover nog steeds onderhandeld wordt.
Bron : ETFWorld
Subscribe to Our Newsletter



